de betekenis van planeten en astrologie

Planeten & astrologie: geschiedenis anders bekeken

Wie kent niet die ongebreidelde fascinatie van een nachtelijke aanblik op een prachtige sterrenhemel en die nauwelijks verwoordbare emoties die dit oproept? Ikzelf heb het geluk gehad vorig jaar van een schare trouwe vrienden ter gelegenheid van mijn zoveelste verjaardag een joekel van een telescoop te mogen omarmen (een andere manier van transport is door het massieve gewicht helaas onmogelijk). Al snel bleek dat sterrenstelsels en nevels zich niet gauw laten vangen door een stel verwoed spiedende ogen, maar ik ontdekte wel dat planeten een gemakkelijkere prooi vormen voor het netvlies. Die eerste aanblik van een majestueuze Jupiter in het Westen is iets wat ik nooit zal vergeten.

Ik ben me dan gaan verdiepen in de kennis van de planeten – van astronomie had ik voorheen al wel wat kaas gegeten – en die nieuw opgedane kennis kon ik wel smaken. Ik heb nooit echt in astrologie geloofd, omdat ik astrologie vereenzelvigde met hetgeen in het ons allen welbekende wekelijkse pulpvoer als astrologie wordt voorgeschoteld. Naarmate ik echter meer begon te leren over de symboliek van de planeten bij de oude beschavingen, werd ik steeds meer gefascineerd door wat ik te weten kwam. Het feit dat de betekenis die verscheidene planeten meekregen erg gelijklopend was bij vele culturen, ondanks het feit dat deze culturen nooit contact met elkaar hadden gehad, ging mijn toenmalig begrip te boven.

Astrologie vs. astronomie

Misschien is het wel zinvol om eerst een woordje uitleg te geven over het verschil tussen astrologie en astronomie. Beiden houden zich bezig met de studie van hemellichamen, maar dat is dan ook de enige overeenkomst. Terwijl de astronomie zich bezig houdt met de waarneming van de hemellichamen en hun materiële eigenschappen, zal een astroloog zich focussen op de hemellichamen vanuit hun positie en voortgang in de tijd, en dit steeds in relatie tot andere hemellichamen. Het ultieme doel is dan patronen te herkennen en er een betekenis aan te geven. In de astrologie vertrekt men immers vanuit het idee dat deze planetaire patronen een oorzakelijke relatie hebben met gebeurtenissen op aarde.

Een brug te ver, zal misschien uw eerste reactie zijn. Terecht, ware het niet dat een nadere blik op de geschiedenis steeds opnieuw terugkerende patronen aantoont tussen de stand van de buitenplaneten en ingrijpende gebeurtenissen op aarde. De buitenplaneten zijn Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Zij hebben een omlooptijd van ca. 30 tot 250 jaar en omdat ze zo lang in een bepaald sterrenbeeld blijven staan, is de invloed ervan op onze individuele horoscoop geringer dan die van de binnenplaneten. De bewegingen van deze buitenplaneten worden, in tegenstelling tot die van de binnenplaneten, meer in verband gebracht met het ontstaan van beschavingen en belangrijke ontwikkelingen op het vlak van cultuur, politiek, enz.

Astrologie en de betekenis van de planeten

Wanneer twee dergelijke planeten een aspect maken, heeft dit verregaande gevolgen voor de manier waarop wij binnen onze wereld functioneren en/of denken. Het is overigens wel frappant dat het moment in de geschiedenis waarop deze planeten werden “ontdekt” verband houdt met de betekenis die eraan wordt toegekend. Uranus symboliseert rebellie, opschudding en de vrijgave van opgebouwde energie, en werd ontdekt in 1781, tijdens de Franse en Amerikaanse Revolutie. Neptunus werd voor het eerst als dusdanig waargenomen in 1846 tijdens de bloeiperiode van de Romantiek. Neptunus wordt op zijn beurt gesymboliseerd met dromen, idealisme, mystiek, verbeelding en illusies. Pluto tenslotte werd ontdekt tijdens de opkomst van het fascisme en staat voor transformatie, macht en destructie.

Neptunus & Uranus en het ontstaan van internet

Een conjunctie tussen Uranus en Neptunus

Omdat het zo lang duurt eer ze een volledige baan rond de zon maken, duurt het 172 jaar vooraleer Neptunus en Uranus samen op één lijn komen te staan, in conjunctie, dat wil zeggen dat ze zich beiden aan dezelfde kant van de zon de zon bevinden in hun respectieve omloopbaan. De laatste conjunctie tussen Uranus en Neptunus vond plaats in 1993, het jaar waarop het internet stormenderhand aan zijn verovering van de wereld begon. De keer daarvoor was in 1821, het jaar daarvoor had Hans Christian Oersted aangetoond dat elektriciteit en magnetisme onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Deze ontdekking van het elektromagnetisme als natuurkundig verschijnsel zou het aanschijn van de wetenschapsbeoefening voorgoed veranderen en later de aanzet geven voor de ontwikkeling van de quantummechanica. Blijkbaar gaat het dus om een cyclus die de wetenschap en de technologie beïnvloedt.

Uranus en Pluto: baanbrekende uitvindingen

Uranus en Pluto vormen elke 133 jaar een conjunctie en de laatste keer dat dit gebeurde was in 1965, in hetzelfde jaar waarin het IBM 1130 Computing System het levenslicht zag. Het ging om de voorloper van onze Personal Computer en deze was in vergelijking met zijn voorgangers redelijk betaalbaar. De droom om deze nieuwe technologie voor iedereen toegankelijk te maken kreeg vaste vorm en het is dan ook gerechtvaardigd om van een kantelpunt te spreken in onze recente geschiedenis. Het hoeft geen betoog dat de ontwikkeling van de PC en het internet een enorme impact hebben gehad op de manier waarop wij functioneren, denken, de wereld waarnemen, enz.

Als we verder terugkijken in de geschiedenis, moeten we al meer dan 5 eeuwen teruggaan om een gelijkaardige opeenvolging van conjuncties tussen Uranus en Pluto enerzijds en Uranus en Neptunus anderzijds terug te vinden. En wat blijkt, als er dergelijke conjuncties tussen buitenplaneten binnen zo’n kort tijdsbestek voorvallen, creëren ze een ongelooflijk sterke dynamiek met enorm verreikende consequenties.

De buitenplaneten en de geschiedenis van onze cultuur

Een close-up van de planeet UranusDe periode waar we het hier over hebben is de bloeiperiode van de Renaissance. In 1455 vond er immers een conjunctie plaats tussen Uranus en Pluto, en in precies hetzelfde jaar bracht Gutenberg zijn beroemde Bijbel uit, hetgeen verstrekkende implicaties had. Overigens vond Gutenberg de boekdrukkunst niet uit maar perfectioneerde hij ze wel door het gebruik van losse letters, waardoor men meer boeken kon drukken en dit tegen een lagere kostprijs. Het eeuwenoude monopolie dat de Katholieke Kerk op kennis had gehad zou bijgevolg hierdoor ten einde lopen, want de opkomst van de boekdrukkunst veroorzaakte immers een nooit geziene verspreiding van religieuze en wetenschappelijke ideeën. Deze nieuwe technologie zorgde er mee voor dat brede lagen van de bevolking toegang kregen tot het nieuwe gedachtegoed, en droeg zo bij tot het ontstaan van de Reformatie en de latere Verlichting.

De daaropvolgende conjunctie tussen Uranus en Neptunus vond plaats in 1479, het jaar waarin het verdrag van Alcáçovas tussen Spanje en Portugal werd getekend. Dit verdrag kan gerust beschouwd worden als het echte begin van de kolonialistische politiek die de Europese mogendheden de komende eeuwen zouden gaan voeren en die de hele wereldkaart zou gaan vertekenen. Het is het eerste internationale verdrag waarin 2 of meerdere Europese grootmachten hun invloedssfeer op een andere continent afbakenden. Dit principe, waarbij het niet nodig werd geacht de mening van de lokale bevolking te vragen, zou de komende eeuwen de norm worden in de internationale politiek. Tevens markeerde dit verdrag de opkomst van Spanje als koloniale macht, aangezien het met de Canarische eilanden zijn eerste overzeese bezitting kreeg toegewezen.

Dit verdrag was dus het startschot voor het koloniale ‘globalisme’, zeg maar, waardoor er een wedloop zou ontstaan tussen de Europese grootmachten om de rijkdommen in deze verre gebieden. De overeenkomst met de huidige globalisering die sinds het begin van de jaren ‘90 aan een onstuitbare opmars is begonnen is heel treffend. Net zoals toen gaat het om een vorm van ‘globalisme’ die gepaard gaat met schaamteloze exploitatie van grondstoffen, rijkdommen, en mensen. En net zoals toen zijn er veel Westerlingen die de voortdurende uitwassen van het neoliberalistische model liever niet onder ogen willen zien om maar niets te hoeven veranderen aan hun op genotsbevrediging gebaseerde levensstijl.

Conclusies voor onze tijd

Gelukkig hebben we nu onze versie van een uitvinding als de boekdrukkunst, met name het WorldWideWeb. En ontegensprekelijk vervult deze technologie voor velen een welgekomen uitlaatklep om te ontvluchten aan hun alledaagse realiteit (cfr. videogames, etc) en heeft ze de globalisering mogelijk gemaakt, toch ben ik ervan overtuigd dat de waarde ervan vooral ligt in de vrije toegang die het ons verschaft tot informatie, en dan bedoel ik vooral informatie die niet via de klassieke media tot ons komt. Het eeuwenlange monopolie op informatie dat de eigenaars van kranten, persbureaus en – recentelijker -TV-stations decennialang hebben gehad, behoort definitief tot het verleden.

Macht heeft dan ook niks meer te maken met afkomst of geld, maar met informatie of kennis, en wat je ermee doet. De explosie van alternatieve nieuwssites, blogs en dergelijke heeft in dit opzicht een gelijkaardige impact op ons denken en functioneren in deze veranderende wereld als de verspreiding van de boekdrukkunst. Via deze andere manier van nieuwsgaring kunnen we gebeurtenissen uit ons recente en minder recente verleden in een ander perspectief plaatsen, meer leren over onszelf en ontdekkingen uit de wetenschap die de potentie hebben om de wereld ten goede te veranderen, enz.

Net zoals de vijftiende-eeuwer moest accepteren dat de zon niet rond de aarde draaide, moeten we misschien maar eens de mogelijkheid overwegen dat de ons omringende planeten en – wie weet – sterren wel degelijk invloed uitoefenen op ons leven hier op Aarde. In deze post heb ik maar één voorbeeld aangehaald maar er zijn er nog talrijke andere, en naast een andere kijk op de geschiedenis, levert het nog een mooi extraatje op: astrologie stelt ons nl. in staat ons beter voor te bereiden op hetgeen gaat komen, niet onbelangrijk in deze tijden van wereldwijde crisis als u ‘t mij vraagt…

 

biofotonen of licht als levensenergie

Biofotonen in je DNA: licht doet leven

Zo ongeveer iedereen zal wel beamen dat het licht van onze zon aan de basis van het leven hier op aarde staat. Wat de meesten onder ons echter nog niet weten is dat er een tijdje terug een wetenschappelijke doorbraak van formaat heeft plaatsgevonden waardoor de rol van het licht voor het menselijk leven in een compleet nieuw licht kwam te staan. Licht of fotonenergie is namelijk op microscopisch niveau ook in het lichaam waarneembaar. Meer zelfs, het vormt de drijvende kracht achter het mechanisme dat plantaardig leven en bijgevolg elke andere levensvorm mogelijk maakt.

Licht en elektromagnetisme

Licht is net als geluid bijvoorbeeld een elektromagnetisch verschijnsel en heeft een vrij korte golflengte. Het trilt op een ultrahoge frequentie tussen de 360 en de 800 nanometer afhankelijk van de precieze kleursamenstelling van het licht. Volledig in overeenstemming met de bevindingen uit de quantummechanica is het zowel waarneembaar als een reeks deeltjes (fotonen of lichtquanta) en als golven. Biofotonen zijn dan fotonen die in levende organismen werkzaam zijn, en vormen de motor achter de voor het leven onmisbare celcommunicatie.

Het elektromagnetisch spectrum

Licht als de motor voor onze biochemische processen

Plantaardig leven ontstaat met het behulp van het in planten aanwezige cholorofyl, dat in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het proces van fotosynthese. Via fotosynthese kunnen planten o.a. fotonenergie omzetten in energie die ze bijvoorbeeld nodig hebben om mineralen en andere elementen uit hun omgeving op te nemen en te groeien. De mens is dan een wezen dat deze gesublimeerde fotonenergie uit zijn voeding continu in zich gaat opnemen om de biochemische processen in zijn lichaam op gang te houden.

Een wetenschappelijke doorbraak in de biofysica

Een eerste vraag dringt zich natuurlijk op: hoe kan je in godsnaam licht in zoiets minuscuuls als een cel waarnemen? De man die dit ongelooflijk huzarenstukje klaarspeelde, was de Duitse biyofysicus en Nobelprijswinnaar Fritz-Albert Popp. Met behulp van een “fotomultiplier” kon hij de zwakke lichtemissies in de cellen meten. Wat bleek? De DNA-moleculen in de celkernen zenden continu fotonen uit en absorberen deze weer1, waardoor ze een ragfijn en samenhangend web van licht verspreiden, net zoals een laser dat doet. Deze coherentie bleek zelfs een waardemeter te zijn voor de gezondheid van de cel: zieke, beschadigde of vervuilde cellen zenden ook licht uit, maar in een chaotisch patroon.

Een aantal toepassingen

Deze revolutionaire ontdekking kent in de praktijk in heel wat toepassingen: zo kan men d.m.v. de meting van biofotonen de kwaliteit van drinkwater en voedsel, en chemische en elektromagnetische vervuiling vaststellen. Voorts gaf zijn onderzoek aanleiding tot de ontwikkeling van de biofotonentherapie. Met behulp van filters worden de chaotische biofotonen geïdentificeerd en gescheiden van de andere, waarna de frequentie van deze biofotonen wordt omgekeerd en ze worden teruggestuurd naar het lichaam. Elektromagnetische golven met een tegengestelde frequentie heffen elkaar op, waardoor de cel weer op een coherente manier biofotonen gaat uitzenden.

Biofotonen en het zelfgenezend vermogen

Afgezien daarvan volgde in het kader van het onderzoek door Popp nog een belangrijke vaststelling. Hij ontdekte dat net die lichtgolven met een frequentie van rond de 380 nm, die zich net tussen het ultraviolette licht en het zichtbare licht (paars) bevinden, verantwoordelijk zijn voor het zelfgenezend vermogen van onze cellen. Er sterven immers dagelijks miljoenen lichaamscellen, dus zonder dit vermogen zouden we ten dode opgeschreven zijn. Hij ontdekte dat blootstelling aan bepaalde kankerverwekkende stoffen zoals benzopyreen het vermogen van de cel om biofotonen met een frequentie van rond de 380 nm op te nemen aantastte.

Het verband tussen biofotonen en kanker

MaretakAldus wordt het regeneratievermogen van de cellen ondermijnd en kunnen zieke cellen gaan woekeren en tumoren ontwikkelen. Popp ging vervolgens op zoek naar niet-toxische substanties die op dezelfde frequentie trilden en de communicatie tussen kankercellen en de omringende gezonde cellen konden herstellen. Zo kwam hij uit bij de maretak2, waarmee hij o.a. een vrouw die zowel borst- als vaginakanker had, succesvol wist te behandelen. Maretakextract is één van de meest populaire natuurlijke middelen die worden ingezet bij de behandeling van kanker. De maretak is een halfparasiet die zich nestelt op een boom die willens nillens voor gastheer moet fungeren, net zoals – o ironie – een kanker dat ook doet bij een gezond lichaam.

Conclusie

Biofotonen zijn verantwoordelijk voor de informatie-overdracht tussen de cellen, het zelfherstellend vermogen van cellen en aantal belangrijke biologische processen zoals celdeling en celdifferentiatie. Dit laatste proces is essentieel voor het ontstaan van leven omdat het ervoor zorgt dat een menselijk embryo zich kan ontwikkelen tot zijn voorbestemde vorm. Het DNA is op zijn beurt verantwoordelijk voor de emissie en de absorptie van deze biofotonen, en wanneer de lichtemmissies hun gestructureerd karakter verliezen, is dit een signaal dat het niet goed gaat met onze cellen en bijgevolg onze gezondheid. Jezus zei ooit eens ten overstaan van zijn discipelen: “Wij zijn gekomen uit het licht.3” Misschien moeten we hem in deze eerlijkheidshalve posthuum dan toch maar gelijk geven…

Bronnen
1Marco Bischof, “Biophotons – the light in our cells” (Frankfurt, 1995)
2Lynne McTaggert, “The Field” (2003)
3Het evangelie volgens Thomas, vers 50